Sommige kinderen houden zich op school groot en ontladen thuis. Bij anderen ziet school juist zorgen die thuis minder zichtbaar zijn. Dat verschil is geen bewijs dat iemand het verkeerd ziet.
Gedrag hoort bij een omgeving
Kinderen reageren op verwachtingen, prikkels, veiligheid, groepsdruk en vermoeidheid. Daarom kan hetzelfde kind in twee omgevingen heel anders lijken. Thuis is er vaak meer ontlading; op school meer aanpassing.
Veelvoorkomende patronen
- op school meedoen, thuis boze buien of huilen;
- thuis ontspannen, op school stil of gespannen;
- alleen moeite bij overgangen, toetsen of sociale situaties;
- verschil tussen gedrag bij de ene leerkracht en de andere;
- na vakanties of veranderingen tijdelijk meer spanning.
Niet kiezen wie gelijk heeft
Het helpt meestal niet om thuis en school tegenover elkaar te zetten. Beide zien een deel van het kind. De vraag is: wat vraagt elke omgeving van uw kind, en waar raakt de balans zoek?
Samen kijken naar het patroon
Een orthopedagoog kan helpen om signalen van ouders en school naast elkaar te leggen. Soms geeft een observatie op school veel informatie. Soms is ouderbegeleiding of begeleiding van het kind voldoende.
Lees ook over observatie op school en samenwerking met scholen.